Wanneer is diagnostiek helpend?
Soms is het lastig te begrijpen wat er precies speelt bij je kind, ondanks alles wat je al probeert. Handelingsgerichte diagnostiek kan helpen om meer inzicht te krijgen in onderliggende factoren.
Het doel is niet om een label te plakken, maar om te begrijpen wat jullie als ouders, eventueel school en je kind nodig hebben om verder te komen:
* meer zicht op wat er speelt
* duidelijkheid over behoeften van je kind
* handvatten voor thuis en op school
Hoe verloopt diagnostiek?
1. Intakegesprek: Samen brengen de zorgen en vragen in kaart.
2. Diagnostisch onderzoek: Meestal één of twee dagdelen, afgestemd op de hulpvraag.
3. Aanvullende informatie: Informatie van ouders en, waar mogelijk, van school.
4. Bespreken van bevindingen: Terugkoppeling met handelingsgerichte adviezen.
Verschillende vragen, zorgvuldig onderzoek
Ieder kind is anders en geen enkele hulpvraag is hetzelfde. Diagnostiek kan zich richten op verschillende ontwikkelings- en leervragen, altijd afgestemd op het kind en de omgeving waarin het opgroeit.
Het onderzoek is nooit gericht op het ‘vinden van een diagnose’, maar op het begrijpen van wat er speelt en wat er nodig is om verder te komen.
In het onderzoek is er niet alleen aandacht voor wat moeilijk gaat, maar ook voor de sterke kanten en mogelijkheden van een kind én de omgeving om samen tot bloei te komen.
Diagnostiek kan zich onder andere richten op:
Ontwikkeling & gedrag
- aandacht- en concentratieproblemen (zoals ADHD)
- vragen rondom prikkelverwerking en sociale interactie (zoals bij autisme)
- hoogbegaafdheid (ook KIQT+ mogelijk)
Leren & school
- lees- en spellingproblemen (onvergoed dyslexieonderzoek)
- vastlopen in leren of motivatie
- onderpresteren (het zit er wel in, maar het komt er niet uit)
Emoties & stemming
- somberheid of depressieve klachten
- angst of spanningsklachten
- emotieregulatie
Diagnostiek is zelden zwart-wit. Wat zichtbaar is bij een kind, staat altijd in relatie tot de context waarin het opgroeit; het gezin, school en andere belangrijke omgevingen. Daarom kijk ik in diagnostiek niet alleen naar het kind, maar juist naar de samenhang tussen kind en context, zodat de uitkomsten recht doen aan het geheel.






